Maarten Tomassen ·

Observatie 07

Als je wilt vernieuwen, moet je durven afwijken

Vrijwel iedere organisatie wil tegenwoordig ongeveer hetzelfde: sneller kunnen bewegen, meer innovatie, meer experimenteren, nieuwe technologie benutten, anders samenwerken, vooruitkijken in plaats van alleen reageren. Totdat iemand daadwerkelijk iets wil proberen wat we nog niet eerder hebben gedaan.

Dan verschijnen er heel begrijpelijke vragen. Waar is dit al bewezen? Wie doet dit nog meer? Wat is de businesscase? Welke resultaten kunnen we verwachten? Hoe weten we dat dit gaat werken? Allemaal verstandige vragen.

Maar bij elkaar kunnen ze ook iets merkwaardigs veroorzaken. Als iets pas mag wanneer we vooraf voldoende bewijs hebben dat het werkt, kunnen we eigenlijk alleen nog dingen proberen waarvan iemand anders al heeft aangetoond dat ze werken. Dat is een tamelijk veilige manier van vernieuwen. Maar hoeveel vernieuwing blijft er dan nog over?

Experimenteren betekent volgens mij niet dat je iedere wilde ingeving onmiddellijk moet uitvoeren. Afwijken is geen doel op zichzelf en onzekerheid is niet automatisch innovatief. Zeker binnen organisaties bestaan er goede redenen voor kaders, veiligheid, standaarden en besluitvorming.

Maar experimenteren heeft wel één onhandige eigenschap: je weet vooraf niet precies wat eruit komt. Anders was het geen experiment.

Dat vraagt dus iets anders dan alleen ruimte in een innovatieproces. Het vraagt ook om de bereidheid om tijdelijk af te wijken van wat we al kennen: van de bestaande werkwijze, van het gebruikelijke antwoord, van wat eerder succesvol was. Misschien zelfs van de manier waarop we normaal besluiten nemen.

Daar zit voor mij dezelfde gedachte onder als bij mensen het voordeel van de twijfel geven. Potentieel laat zich moeilijk ontdekken wanneer je alleen selecteert op wat al bewezen is. Dat geldt voor mensen, maar misschien ook voor ideeën, technologie, organisatievormen en manieren van werken.

Je wilt natuurlijk niet overal vanaf wijken. Een organisatie heeft juist dingen nodig die voorspelbaar, veilig en stabiel zijn. De interessantere vraag is daarom misschien: waar moet het stabiel zijn, zodat we ergens anders veilig kunnen afwijken?

Want een organisatie die zegt te willen vernieuwen, maar alleen beloont wat al bekend, voorspelbaar en bewezen is, heeft misschien niet zozeer een innovatieprobleem. Misschien heeft ze vooral heel goed georganiseerd dat er niet te veel onverwachts gebeurt.

Om eens naar te kijken

Waar vragen jullie om vernieuwing terwijl ondertussen vooral bewezen gedrag wordt beloond?

Welke afwijking vinden jullie interessant zolang hij succesvol blijkt?

Waar moet iets stabiel zijn zodat ergens anders geëxperimenteerd kan worden, en hoeveel onzekerheid mag zo’n experiment bij jullie eigenlijk nog bevatten?

Iets gezien wat verdacht bekend voorkomt?

Voor de draad ermee →
The Red Wire knoop