Maarten Tomassen ·

Observatie 03

Weerstand is soms behoorlijk rationeel

Verandering heeft een merkwaardig taalprobleem. Zodra mensen niet enthousiast genoeg meedoen, hebben we er al snel een woord voor: weerstand.

En zodra dat woord gevallen is, verschijnt er vaak een bekende reeks interventies. Meer communicatie. Mensen beter meenemen. Een inspiratiesessie. Change champions. Training. Teambuilding. Nog een bijeenkomst om uit te leggen waarom de verandering écht noodzakelijk is. Kan allemaal nuttig zijn, maar soms vind ik een andere vraag interessanter: wat als de weerstand gewoon klopt?

Stel dat een team het razend druk heeft. De resultaten staan onder druk. Er is net een reorganisatie geweest. Rollen veranderen, systemen veranderen, prioriteiten veranderen, en ondertussen probeert iedereen vooral het gewone werk af te krijgen. Dan verschijnt er een uitnodiging: verplichte teambuilding, onderdeel van het veranderprogramma. Drie uur, op locatie, aanwezigheid gewenst.

En vervolgens zijn we verbaasd dat de energie bij binnenkomst niet direct door het plafond schiet. Misschien zijn die mensen helemaal niet tegen ontwikkeling. Misschien hebben we gewoon nóg iets toegevoegd aan een systeem dat al overbelast was.

Weerstand bevat informatie.

Niet iedere weerstand is verstandig of terecht. Soms beschermen mensen status, gemak of oude machtsverhoudingen. Soms is verandering gewoon nodig en blijft die ongemakkelijk. Maar als we iedere kritische reactie meteen diagnosticeren als weerstand tegen verandering, hoeven we zelf nooit meer te onderzoeken of onze veranderstrategie misschien beroerd ontworpen is. Dat lijkt me iets te makkelijk.

Een organisatie die zegt mensen serieus te willen nemen, zou ook hun weerstand serieus moeten nemen. Dat betekent niet automatisch volgen, maar wel onderzoeken: waartegen is iemand eigenlijk in verzet? Tegen de bedoeling, de verandering zelf, de timing, de hoeveelheid, de manier waarop. Of tegen het feit dat er voor de derde keer iets vóór mensen wordt georganiseerd terwijl we ondertussen zeggen dat we het sámen doen? Dat zijn nogal verschillende problemen.

Als je veranderinterventie één van de redenen wordt waarom mensen geen ruimte meer hebben om te veranderen, is er ergens iets interessants gebeurd.

Om eens naar te kijken

Waar noemen jullie iets weerstand terwijl het misschien feedback is?

Wat zou er gebeuren als je niet vraagt: “Hoe krijgen we ze mee?”, maar: “Wat zien zij wat wij blijkbaar nog niet zien?”

En hoeveel verandering heeft jullie veranderprogramma zelf eigenlijk toegevoegd?

Iets gezien wat verdacht bekend voorkomt?

Voor de draad ermee →
The Red Wire knoop